April 2025
De Amerikaanse auteur Siri Hustvedt heeft misschien geen introductie nodig, zoals men zegt. Al sinds de jaren tachtig schrijft ze gedichten, romans en essays, en sinds eind jaren negentig is ze ook regelmatig in het Nederlands vertaald. Haar laatste roman, Herinneringen aan de toekomst, vertaald door Caroline Meijer en Jeske van der Velden, verscheen in 2019. In een recensie voor dereactor.org noemde Mathijs Tratsaert haar ‘een denker die de intellectuele bravoure van een Susan Sontag weet te combineren met het geduld en de mildheid van iemand die de ander in de eerste plaats wil begrijpen.’ Hij constateerde dat haar fictie veel autobiografische elementen bevat, maar dat haar ambities uiteindelijk veel verder reiken: ‘Het boek is een metaroman die met neurowetenschappelijke kennis over het geheugen het genre van de memoir nieuw leven inblaast.’
Ook in Ghost Stories speelt het geheugen een rol, maar in dit geval gaat het nadrukkelijk om non-fictie. Hustvedt schrijft op indringende wijze over de laatste levensmaanden van haar man, de auteur Paul Auster, en over de schrijnende leegte die zijn dood bij haar heeft achtergelaten. Ook schetst ze een buitengewoon intiem portret van een liefdevol huwelijk, waarbij een aantal dieptepunten niet onbenoemd blijven.
Hustvedt is vrijwel onmiddellijk na de dood van haar man – op 30 april 2024, als gevolg van longkanker – begonnen met schrijven. Het verdriet is rauw. Ze dwaalt rond door het huis in Brooklyn waar ze tientallen jaren met haar man heeft gewoond, en waar alles haar aan vroeger herinnert: ‘Het huis is echt, maar tegelijk is het een constructie van het geheugen.’ Ze deelt een aantal van die herinneringen met de lezer en vertelt over haar psychische gesteldheid, door haar omschreven als een vorm van ‘cognitieve versplintering’. Wat daar tegelijk bij opvalt is haar vermogen tot zelfreflectie en glasheldere taalgebruik, alsof ze haar liefde voor taal en wetenschap (die ook blijkt uit haar eerdere boeken) gebruikt om zich aan vast te klampen. ‘De waarheid is onverdraaglijk voor mij, maar toch moet die verdragen worden.’
Aan het eind van zijn leven werkte Paul Auster aan een laatste boekje, Letters to Miles. Ook dat was non-fictie: een reeks brieven, gericht tot zijn pasgeboren kleinzoon Miles, met verhalen uit de familie. Auster heeft zijn boekje niet kunnen voltooien, maar Hustvedt heeft zijn onvoltooide werk opgenomen in haar gedenkschrift, als een manier om haar dialoog met hem, die 43 jaar had geduurd, in elk geval op papier nog even te kunnen voortzetten.
Als vertaler ontkom je er niet aan jezelf in zekere zin met de auteur te vereenzelvigen, eenvoudig door je steeds weer af te vragen: hoe zou hij of zij dit in het Nederlands hebben verwoord? Is me dat zwaar gevallen, in het geval van een verdrietig boek als dit? Sommige passages gingen me inderdaad niet in de koude kleren zitten, zoals de vertwijfeling en onmacht die Hustvedt beschrijft als haar echtgenoot weer eens aan het infuus gaat of bestraald moet worden, met alle bijwerkingen van dien, en de minutieuze getuigenis van zijn (gelukkig vreedzame) dood. Maar wat me uiteindelijk het meest trof, was de trefzekerheid waarmee ze haar gevoelens weet te verwoorden en de liefde die daarin doorklinkt. Mede dankzij de taal blijft de auteur haar ontreddering de baas en kan ze het leven vieren dat ze met hem heeft geleid.
Athenaeum Boekhandel, Haarlem, 15 april 2026